

In 1981 opende de Hogesnelheidslijn tussen Parijs en Lyon. Deze lijn zorgde voor hernieuwde belangstelling voor de spoorwegen (foto: R. Dermejean)

In 1988
publiceert NS het plan Rail 21: Sporen naar een
nieuwe eeuw

In 1996 begon rederij Lovers met tweedehands
materieel een particuliere spoordienst tussen Amsterdam en IJmuiden.
Hierdoor besefte NS Reizigers dat haar positie niet onaantastbaar was.
(foto: J. v.d. Akker)
|

Periode 1980 - 2000

In de jaren tachtig en negentig nam de welvaart nog
verder toe. Hiermee ging een verdere toename van het
aantal personenauto's gepaard. Het marktaandeel van de
spoorwegen in de totale mobiliteit nam dus nog verder af.
Toch vond begin jaren tachtig een herwaardering van de
spoorwegen plaats. Deze werd ingeluid toen in 1981 de hogesnelheidslijn
tussen Parijs en Lyon geopend werd. Met een topsnelheid
van maar liefst 300 km/h konden reistijden gehaald worden
die het vliegtuig evenaarden en de auto verre
overtroffen. Hierdoor was de trein weer een modaliteit om
serieus te nemen.
Eveneens belangrijk was de congestie in het
autoverkeer. Uitbreiding van het autowegennet stuitte op
toenemende fysieke beperkingen en maatschappelijke
weerstand. De capaciteit van het wegennet kon de groei
van het autoverkeer niet bijhouden en de auto kwam in de
file. Op de spoorwegen werd een beroep gedaan om de
steden bereikbaar te houden.
In 1988 presenteerde NS haar toekomstvisie Rail 21
waarin werd voorgesteld weer grootschalig te investeren
in het spoorwegnet. Dit voorstel werd door de overheid
overgenomen. Een jaar later kon met ongekend
zelfvertrouwen het 150-jarig jubileum van de spoorwegen
gevierd worden. Niets kon een glorieuze comeback van de
spoorwegen in de weg staan. Althans zo leek het...
In 1991 nam de Europese Unie een resolutie aan die "tenminste boekhoudkundige"
scheiding tussen exploitatie en infrastructuur bij de spoorwegen
voorschreef. Een jaar later vond wisseling van de wacht aan de top van
NS plaats. De nieuwe president-directeur, Rob den Besten, nam het nieuwe
beleid van de overheid als basis van zijn beleid. Hij kondigde een grote
reorganisatie af waarin de scheiding tussen exploitatie en
infrastructuur werd doorgevoerd. De infrastructuur werd ondergebracht in
de "taaksector", dit werd gezien als taak van de overheid en in opdracht
en voor kosten van de overheid uitgevoerd. De exploitatie werd
ondergebracht in de "commerciële sector" en moest winstgevend worden.
NS was in 1992 totaal niet voorbereid op een dergelijke omslag. Het voelde zich veilig in haar positie als staatsbedrijf en met de
afspraken die zij sinds de jaren '70 over subsidiering met de overheid
had kunnen maken. Het feit dat de overheid Rail 21 had omarmd werd als
bevestiging ervaren van het idee dat het bedrijf op de goede weg was.
Het beleid van de nieuwe topman werd dan ook met ongeloof en onbegrip in
zijn bedrijf ontvangen. Den Besten regeerde het bedrijf met harde hand.
Hij slaagde er in de bedrijfstop naar zijn hand te zetten. Maar op lager
niveau overheerste lijdelijk verzet en de mening dat "dit wel weer over
zou waaien".
In 1994 werd de scheiding tussen exploitatie en
infrastructuur formeel doorgevoerd. Het werd mogelijk dat meerdere
exploitanten van hetzelfde spoor gebruik maakten en twee jaar later werd
hier daadwerkelijk gebruik van gemaakt. Rederij Lovers
begon een aantal diensten vanuit Amsterdam. Lovers
Rail had grote plannen maar stuitte op allerlei
praktische bezwaren. Niemand had verwacht dat
daadwerkelijk concurrentie in het reizigersvervoer zou
ontstaan en de schrik bij NS Reizigers, het bedrijfsonderdeel dat de
reizigersdiensten exploiteerde, was groot.
Door Lovers Rail werd voor NS Reizigers duidelijk dat haar positie op
het spoor minder zeker was dan zij gedacht had en zij voelde zich
genoodzaakt haar positie te verdedigen.
NS Reizigers definieerde een "Hoofdrailnet" met belangrijke Intercity-lijnen
waarvan zij de exploitatie in elk geval wilde behouden. NS Reizigers
onderhandelde met de overheid om haar positie op het Hoofdrailnet te
bestendigen. Met succes, de overheid gunde NS Reizigers een onderhandse
concessie voor het Hoofdrailnet tot 2015. Maar de lijnen die niet onder
het Hoofdrailnet vielen moesten worden aanbesteed. Dit gebeurde in 1998 voor het eerst
waardoor de exploitatie van Almelo - Mariënberg in
handen kwam van busbedrijf Oostnet. In 1999 werd Zutphen - Winterswijk - Doetinchem gegund aan
vervoerbedrijf Syntus. Lovers Rail verdween in 1999 weer van het spoor,
na een moedige strijd tegen het monopolie van NS Reizigers.
Lees verder: Periode 2000 - 2020
|
|